Scheeftrekken (to warp) conjugation

Dutch
1 examples

Conjugation of eiti

Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
trek scheef
I warp
trekt scheef
you warp
trekt scheef
he/she/it warps
trekken scheef
we warp
trekken scheef
you all warp
trekken scheef
they warp
Present perfect tense
heb scheefgetrokken
I have warped
hebt scheefgetrokken
you have warped
heeft scheefgetrokken
he/she/it has warped
hebben scheefgetrokken
we have warped
hebben scheefgetrokken
you all have warped
hebben scheefgetrokken
they have warped
Past tense
trok scheef
I warped
trok scheef
you warped
trok scheef
he/she/it warped
trokken scheef
we warped
trokken scheef
you all warped
trokken scheef
they warped
Future tense
zal scheeftrekken
I will warp
zult scheeftrekken
you will warp
zal scheeftrekken
he/she/it will warp
zullen scheeftrekken
we will warp
zullen scheeftrekken
you all will warp
zullen scheeftrekken
they will warp
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou scheeftrekken
I would warp
zou scheeftrekken
you would warp
zou scheeftrekken
he/she/it would warp
zouden scheeftrekken
we would warp
zouden scheeftrekken
you all would warp
zouden scheeftrekken
they would warp
Subjunctive mood
trekke scheef
I warp
trekke scheef
you warp
trekke scheef
he/she/it warp
trekke scheef
we warp
trekke scheef
you all warp
trekke scheef
they warp
Past perfect tense
had scheefgetrokken
I had warped
had scheefgetrokken
you had warped
had scheefgetrokken
he/she/it had warped
hadden scheefgetrokken
we had warped
hadden scheefgetrokken
you all had warped
hadden scheefgetrokken
they had warped
Future perf.
zal scheefgetrokken hebben
I will have warped
zal scheefgetrokken hebben
you will have warped
zal scheefgetrokken hebben
he/she/it will have warped
zullen scheefgetrokken hebben
we will have warped
zullen scheefgetrokken hebben
you all will have warped
zullen scheefgetrokken hebben
they will have warped
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou scheefgetrokken hebben
I would have warped
zou scheefgetrokken hebben
you would have warped
zou scheefgetrokken hebben
he/she/it would have warped
zouden scheefgetrokken hebben
we would have warped
zouden scheefgetrokken hebben
you all would have warped
zouden scheefgetrokken hebben
they would have warped
Present bijzin tense
scheeftrek
I warp
scheeftrekt
you warp
scheeftrekt
he/she/it warps
scheeftrekken
we warp
scheeftrekken
you all warp
scheeftrekken
they warp
Past bijzin tense
scheeftrok
I warped
scheeftrok
you warped
scheeftrok
he/she/it warped
scheeftrokken
we warped
scheeftrokken
you all warped
scheeftrokken
they warped
Future bijzin tense
zal scheeftrekken
I will warp
zult scheeftrekken
you will warp
zal scheeftrekken
he/she/it will warp
zullen scheeftrekken
we will warp
zullen scheeftrekken
you all will warp
zullen scheeftrekken
they will warp
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional bijzin mood
zou scheeftrekken
I would warp
zou scheeftrekken
you would warp
zou scheeftrekken
he/she/it would warp
zouden scheeftrekken
we would warp
zouden scheeftrekken
you all would warp
zouden scheeftrekken
they would warp
Subjunctive bijzin mood
scheeftrekke
I warp
scheeftrekke
you warp
scheeftrekke
he/she/it warp
scheeftrekke
we warp
scheeftrekke
you all warp
scheeftrekke
they warp
Du
Ihr
Imperative mood
trek scheef
warp
trekt scheef
warp

Examples of scheeftrekken

Example in DutchTranslation in English
Maar scheefgetrokken.But warped.

More Dutch verbs

Related

Not found
We have none.

Similar

Not found
We have none.

Similar but longer

Not found
We have none.

Other Dutch verbs with the meaning similar to 'warp':

None found.
Learning languages?