Rondspringen (to cavort) conjugation

Dutch
2 examples

Conjugation of eiti

Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
spring rond
I cavort
springt rond
you cavort
springt rond
he/she/it cavorts
springen rond
we cavort
springen rond
you all cavort
springen rond
they cavort
Present perfect tense
heb rondgesprongen
I have cavorted
hebt rondgesprongen
you have cavorted
heeft rondgesprongen
he/she/it has cavorted
hebben rondgesprongen
we have cavorted
hebben rondgesprongen
you all have cavorted
hebben rondgesprongen
they have cavorted
Past tense
sprong rond
I cavorted
sprong rond
you cavorted
sprong rond
he/she/it cavorted
sprongen rond
we cavorted
sprongen rond
you all cavorted
sprongen rond
they cavorted
Future tense
zal rondspringen
I will cavort
zult rondspringen
you will cavort
zal rondspringen
he/she/it will cavort
zullen rondspringen
we will cavort
zullen rondspringen
you all will cavort
zullen rondspringen
they will cavort
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou rondspringen
I would cavort
zou rondspringen
you would cavort
zou rondspringen
he/she/it would cavort
zouden rondspringen
we would cavort
zouden rondspringen
you all would cavort
zouden rondspringen
they would cavort
Subjunctive mood
springe rond
I cavort
springe rond
you cavort
springe rond
he/she/it cavort
springe rond
we cavort
springe rond
you all cavort
springe rond
they cavort
Past perfect tense
had rondgesprongen
I had cavorted
had rondgesprongen
you had cavorted
had rondgesprongen
he/she/it had cavorted
hadden rondgesprongen
we had cavorted
hadden rondgesprongen
you all had cavorted
hadden rondgesprongen
they had cavorted
Future perf.
zal rondgesprongen hebben
I will have cavorted
zal rondgesprongen hebben
you will have cavorted
zal rondgesprongen hebben
he/she/it will have cavorted
zullen rondgesprongen hebben
we will have cavorted
zullen rondgesprongen hebben
you all will have cavorted
zullen rondgesprongen hebben
they will have cavorted
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou rondgesprongen hebben
I would have cavorted
zou rondgesprongen hebben
you would have cavorted
zou rondgesprongen hebben
he/she/it would have cavorted
zouden rondgesprongen hebben
we would have cavorted
zouden rondgesprongen hebben
you all would have cavorted
zouden rondgesprongen hebben
they would have cavorted
Present bijzin tense
rondspring
I cavort
rondspringt
you cavort
rondspringt
he/she/it cavorts
rondspringen
we cavort
rondspringen
you all cavort
rondspringen
they cavort
Past bijzin tense
rondsprong
I cavorted
rondsprong
you cavorted
rondsprong
he/she/it cavorted
rondsprongen
we cavorted
rondsprongen
you all cavorted
rondsprongen
they cavorted
Future bijzin tense
zal rondspringen
I will cavort
zult rondspringen
you will cavort
zal rondspringen
he/she/it will cavort
zullen rondspringen
we will cavort
zullen rondspringen
you all will cavort
zullen rondspringen
they will cavort
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional bijzin mood
zou rondspringen
I would cavort
zou rondspringen
you would cavort
zou rondspringen
he/she/it would cavort
zouden rondspringen
we would cavort
zouden rondspringen
you all would cavort
zouden rondspringen
they would cavort
Subjunctive bijzin mood
rondspringe
I cavort
rondspringe
you cavort
rondspringe
he/she/it cavort
rondspringe
we cavort
rondspringe
you all cavort
rondspringe
they cavort
Du
Ihr
Imperative mood
spring rond
cavort
springt ron
cavort

Examples of rondspringen

Example in DutchTranslation in English
Het was dom van mij om hem los te laten in het park zodat hij en ik misschien vrij konden rondspringen.It was foolish of me to take him off leash at the park so that he and I might cavort freely.
Zij gaan zwemmen in de Hudson en rondspringen in de dierentuin.They go swim in the Hudson and cavort at the zoo.

More Dutch verbs

Related

Not found
We have none.

Similar

Not found
We have none.

Similar but longer

Not found
We have none.

Other Dutch verbs with the meaning similar to 'cavort':

None found.
Learning languages?