Speak any language with confidence

Take our quick quiz to start your journey to fluency today!

Get started

Opscharrelen (to scare up) conjugation

Dutch
1 examples
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
scharrel op
scharrelt op
scharrelt op
scharrelen op
scharrelen op
scharrelen op
Present perfect tense
heb opgescharreld
hebt opgescharreld
heeft opgescharreld
hebben opgescharreld
hebben opgescharreld
hebben opgescharreld
Past tense
scharrelde op
scharrelde op
scharrelde op
scharrelden op
scharrelden op
scharrelden op
Future tense
zal opscharrelen
zult opscharrelen
zal opscharrelen
zullen opscharrelen
zullen opscharrelen
zullen opscharrelen
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou opscharrelen
zou opscharrelen
zou opscharrelen
zouden opscharrelen
zouden opscharrelen
zouden opscharrelen
Subjunctive mood
scharrele op
scharrele op
scharrele op
scharrele op
scharrele op
scharrele op
Past perfect tense
had opgescharreld
had opgescharreld
had opgescharreld
hadden opgescharreld
hadden opgescharreld
hadden opgescharreld
Future perf.
zal opgescharreld hebben
zal opgescharreld hebben
zal opgescharreld hebben
zullen opgescharreld hebben
zullen opgescharreld hebben
zullen opgescharreld hebben
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou opgescharreld hebben
zou opgescharreld hebben
zou opgescharreld hebben
zouden opgescharreld hebben
zouden opgescharreld hebben
zouden opgescharreld hebben
Present bijzin tense
opscharrel
opscharrelt
opscharrelt
opscharrelen
opscharrelen
opscharrelen
Past bijzin tense
opscharrelde
opscharrelde
opscharrelde
opscharrelden
opscharrelden
opscharrelden
Future bijzin tense
zal opscharrelen
zult opscharrelen
zal opscharrelen
zullen opscharrelen
zullen opscharrelen
zullen opscharrelen
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional bijzin mood
zou opscharrelen
zou opscharrelen
zou opscharrelen
zouden opscharrelen
zouden opscharrelen
zouden opscharrelen
Subjunctive bijzin mood
opscharrele
opscharrele
opscharrele
opscharrele
opscharrele
opscharrele
Du
Ihr
Imperative mood
scharrel op
scharrelt op

Examples of opscharrelen

Example in DutchTranslation in English
-We gaan eten opscharrelen.- Let's scare up some food.

More Dutch verbs

Related

Not found
We have none.

Similar

Not found
We have none.

Similar but longer

Not found
We have none.

Other Dutch verbs with the meaning similar to 'scare up':

None found.