Cooljugator Logo Get a Dutch Tutor

opeenvolgen

to succeed each other

Looking for learning resources? Study with our courses! Get a full course →

Conjugation of opeenvolgen

Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
volg opeen
I succeed each other
volgt opeen
you succeed each other
volgt opeen
he/she/it succeeds each other
volgen opeen
we succeed each other
volgen opeen
you all succeed each other
volgen opeen
they succeed each other
Present perfect tense
ben opeengevolgd
I have succeeded each other
bent opeengevolgd
you have succeeded each other
is opeengevolgd
he/she/it has succeeded each other
zijn opeengevolgd
we have succeeded each other
zijn opeengevolgd
you all have succeeded each other
zijn opeengevolgd
they have succeeded each other
Past tense
volgde opeen
I succeeded each other
volgde opeen
you succeeded each other
volgde opeen
he/she/it succeeded each other
volgden opeen
we succeeded each other
volgden opeen
you all succeeded each other
volgden opeen
they succeeded each other
Future tense
zal opeenvolgen
I will succeed each other
zult opeenvolgen
you will succeed each other
zal opeenvolgen
he/she/it will succeed each other
zullen opeenvolgen
we will succeed each other
zullen opeenvolgen
you all will succeed each other
zullen opeenvolgen
they will succeed each other
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou opeenvolgen
I would succeed each other
zou opeenvolgen
you would succeed each other
zou opeenvolgen
he/she/it would succeed each other
zouden opeenvolgen
we would succeed each other
zouden opeenvolgen
you all would succeed each other
zouden opeenvolgen
they would succeed each other
Subjunctive mood
volge opeen
I succeed each other
volge opeen
you succeed each other
volge opeen
he/she/it succeed each other
volge opeen
we succeed each other
volge opeen
you all succeed each other
volge opeen
they succeed each other
Past perfect tense
was opeengevolgd
I had succeeded each other
was opeengevolgd
you had succeeded each other
was opeengevolgd
he/she/it had succeeded each other
waren opeengevolgd
we had succeeded each other
waren opeengevolgd
you all had succeeded each other
waren opeengevolgd
they had succeeded each other
Future perf.
zal opeengevolgd zijn
I will have succeeded each other
zal opeengevolgd zijn
you will have succeeded each other
zal opeengevolgd zijn
he/she/it will have succeeded each other
zullen opeengevolgd zijn
we will have succeeded each other
zullen opeengevolgd zijn
you all will have succeeded each other
zullen opeengevolgd zijn
they will have succeeded each other
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou opeengevolgd zijn
I would have succeeded each other
zou opeengevolgd zijn
you would have succeeded each other
zou opeengevolgd zijn
he/she/it would have succeeded each other
zouden opeengevolgd zijn
we would have succeeded each other
zouden opeengevolgd zijn
you all would have succeeded each other
zouden opeengevolgd zijn
they would have succeeded each other
Present bijzin tense
opeenvolg
I succeed each other
opeenvolgt
you succeed each other
opeenvolgt
he/she/it succeeds each other
opeenvolgen
we succeed each other
opeenvolgen
you all succeed each other
opeenvolgen
they succeed each other
Past bijzin tense
opeenvolgde
I succeeded each other
opeenvolgde
you succeeded each other
opeenvolgde
he/she/it succeeded each other
opeenvolgden
we succeeded each other
opeenvolgden
you all succeeded each other
opeenvolgden
they succeeded each other
Future bijzin tense
zal opeenvolgen
I will succeed each other
zult opeenvolgen
you will succeed each other
zal opeenvolgen
he/she/it will succeed each other
zullen opeenvolgen
we will succeed each other
zullen opeenvolgen
you all will succeed each other
zullen opeenvolgen
they will succeed each other
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional bijzin mood
zou opeenvolgen
I would succeed each other
zou opeenvolgen
you would succeed each other
zou opeenvolgen
he/she/it would succeed each other
zouden opeenvolgen
we would succeed each other
zouden opeenvolgen
you all would succeed each other
zouden opeenvolgen
they would succeed each other
Subjunctive bijzin mood
opeenvolge
I succeed each other
opeenvolge
you succeed each other
opeenvolge
he/she/it succeed each other
opeenvolge
we succeed each other
opeenvolge
you all succeed each other
opeenvolge
they succeed each other
Du
Ihr
Imperative mood
volg opeen
succeed each other
volgt opeen
succeed each other

Further details about this page

LOCATION