Ontmoedigen (to discourage) conjugation

Dutch
30 examples

Conjugation of eiti

Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
ontmoedig
I discourage
ontmoedigt
you discourage
ontmoedigt
he/she/it discourages
ontmoedigen
we discourage
ontmoedigen
you all discourage
ontmoedigen
they discourage
Present perfect tense
heb ontmoedigd
I have discouraged
hebt ontmoedigd
you have discouraged
heeft ontmoedigd
he/she/it has discouraged
hebben ontmoedigd
we have discouraged
hebben ontmoedigd
you all have discouraged
hebben ontmoedigd
they have discouraged
Past tense
ontmoedigde
I discouraged
ontmoedigde
you discouraged
ontmoedigde
he/she/it discouraged
ontmoedigden
we discouraged
ontmoedigden
you all discouraged
ontmoedigden
they discouraged
Future tense
zal ontmoedigen
I will discourage
zult ontmoedigen
you will discourage
zal ontmoedigen
he/she/it will discourage
zullen ontmoedigen
we will discourage
zullen ontmoedigen
you all will discourage
zullen ontmoedigen
they will discourage
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou ontmoedigen
I would discourage
zou ontmoedigen
you would discourage
zou ontmoedigen
he/she/it would discourage
zouden ontmoedigen
we would discourage
zouden ontmoedigen
you all would discourage
zouden ontmoedigen
they would discourage
Subjunctive mood
ontmoedige
I discourage
ontmoedige
you discourage
ontmoedige
he/she/it discourage
ontmoedige
we discourage
ontmoedige
you all discourage
ontmoedige
they discourage
Past perfect tense
had ontmoedigd
I had discouraged
had ontmoedigd
you had discouraged
had ontmoedigd
he/she/it had discouraged
hadden ontmoedigd
we had discouraged
hadden ontmoedigd
you all had discouraged
hadden ontmoedigd
they had discouraged
Future perf.
zal ontmoedigd hebben
I will have discouraged
zal ontmoedigd hebben
you will have discouraged
zal ontmoedigd hebben
he/she/it will have discouraged
zullen ontmoedigd hebben
we will have discouraged
zullen ontmoedigd hebben
you all will have discouraged
zullen ontmoedigd hebben
they will have discouraged
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou ontmoedigd hebben
I would have discouraged
zou ontmoedigd hebben
you would have discouraged
zou ontmoedigd hebben
he/she/it would have discouraged
zouden ontmoedigd hebben
we would have discouraged
zouden ontmoedigd hebben
you all would have discouraged
zouden ontmoedigd hebben
they would have discouraged
Du
Ihr
Imperative mood
ontmoedig
discourage
ontmoedigt
discourage

Examples of ontmoedigen

Example in DutchTranslation in English
'Hou je kop erbij, laat je niet ontmoedigen'."Nose to the grindstone. Don't get discouraged."
'vermijden van negatieve pers, die... potentiële studenten kunnen ontmoedigen... te doneren...Avoiding negative press That might discourage potential students, Donating alumni...
- Ik wil u niet ontmoedigen...- I don't want to discourage...
- Laat je niet ontmoedigen.- Don't get discouraged. You'll win her over.
- Laten we het ontmoedigen.- Let's discourage it.
Alsjeblieft, ontmoedig me niet.Please... Please, please, please, don't discourage me.
Ga naar de deur en ontmoedig ze.Get to that cargo door, discourage them a little.
Ik ontmoedig andere meningen als ze tegen mijn wil indruisen.I discourage dissent when it doesn't go with the things that I want.
Ik ontmoedig dat soort gedrag juist.I actively discourage anything criminal.
Maak hem niet af, maar ontmoedig hem.Don't kill him, but discourage him.
'De VS blijft neutraal bij alle vrije verkiezingen... en ontmoedigt inmenging van buitenaf.'"The United States remains neutral in all free elections and discourages any manner of external interference. "
'Socialisme ontmoedigt hard werken'- Resolved. Welfare discourages hard work.
- Het ontmoedigt glurende ogen.Why? It discourages prying eyes.
- Huwelijk ontmoedigt dat.Marriage discourages such a thing.
Afzondering maakt het moeilijker te vinden en ontmoedigt dieven.Isolation makes it harder to find and discourages looters.
- Niet ontmoedigd worden, Ikki.Don't get discouraged, Ikki.
- Raak niet ontmoedigd...- Don't get discouraged.
- Wees niet ontmoedigd.Aye, but don't be discouraged.
- die ontmoedigd raakt.Molly's the one who's getting discouraged.
? ? ontmoedigd♪ discouraged ♪
- Ik zei dat hij slecht schreef, maar het ontmoedigde hem niet.- I said he wrote badly, but discouraged him.
En de reden waarom ik het niet deed was omdat hij me ontmoedigde.And the reason I didn't do it was because he discouraged me.
Maar helaas, mijn vader ontmoedigde het thuis, dus ik kwam er pas laat toe.But unfortunately, my father discouraged it in the home, so I came to it late.
Mijn vorige school ontmoedigde het gebruik van rugzakken.Well, my last school discouraged backpacks.
Moet je haar ontmoedigde gezicht zien.Look at her sad, discouraged face.
- Dat is erg ontmoedigend.Friend, you can't say that discouraging words.
Aangezien waar het uiteindelijk om gaat. het is ontmoedigend.Considering where he finally went, it's discouraging.
Als dat eenmaal gebeurde,... dan hoorde je nooit meer een ontmoedigend woord.Ah... once that happens, you know, never was heard a discouraging word.
Als dat eenmaal gebeurt,... dan hoorde je nooit meer een ontmoedigend woord.Ah... once that happens, you know, never was heard a discouraging word.
Dat is gewoon ontmoedigend, luitenant.It's just downright discouraging, lieutenant.

More Dutch verbs

Related

Not found
We have none.

Similar

Not found
We have none.

Similar but longer

Not found
We have none.

Other Dutch verbs with the meaning similar to 'discourage':

None found.
Learning languages?