Conjugation
Etymology
Blog
Courses
Get a Dutch Tutor
Conjugation
Etymology
Blog
losspringen
to do
Conjugation
Details
Looking for learning resources?
Study with our courses!
Get a full course →
Conjugation
of
losspringen
Translation
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
spring los
I do
springt los
you do
springt los
he/she/it does
springen los
we do
springen los
you all do
springen los
they do
Present perfect tense
ben losgesprongen
I have done
bent losgesprongen
you have done
is losgesprongen
he/she/it has done
zijn losgesprongen
we have done
zijn losgesprongen
you all have done
zijn losgesprongen
they have done
Past tense
sprong los
I did
sprong los
you did
sprong los
he/she/it did
sprongen los
we did
sprongen los
you all did
sprongen los
they did
Future tense
zal losspringen
I will do
zult losspringen
you will do
zal losspringen
he/she/it will do
zullen losspringen
we will do
zullen losspringen
you all will do
zullen losspringen
they will do
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou losspringen
I would do
zou losspringen
you would do
zou losspringen
he/she/it would do
zouden losspringen
we would do
zouden losspringen
you all would do
zouden losspringen
they would do
Subjunctive mood
springe los
I do
springe los
you do
springe los
he/she/it do
springe los
we do
springe los
you all do
springe los
they do
Past perfect tense
was losgesprongen
I had done
was losgesprongen
you had done
was losgesprongen
he/she/it had done
waren losgesprongen
we had done
waren losgesprongen
you all had done
waren losgesprongen
they had done
Future perf.
zal losgesprongen zijn
I will have done
zal losgesprongen zijn
you will have done
zal losgesprongen zijn
he/she/it will have done
zullen losgesprongen zijn
we will have done
zullen losgesprongen zijn
you all will have done
zullen losgesprongen zijn
they will have done
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou losgesprongen zijn
I would have done
zou losgesprongen zijn
you would have done
zou losgesprongen zijn
he/she/it would have done
zouden losgesprongen zijn
we would have done
zouden losgesprongen zijn
you all would have done
zouden losgesprongen zijn
they would have done
Present bijzin tense
losspring
I do
losspringt
you do
losspringt
he/she/it does
losspringen
we do
losspringen
you all do
losspringen
they do
Past bijzin tense
lossprong
I did
lossprong
you did
lossprong
he/she/it did
lossprongen
we did
lossprongen
you all did
lossprongen
they did
Future bijzin tense
zal losspringen
I will do
zult losspringen
you will do
zal losspringen
he/she/it will do
zullen losspringen
we will do
zullen losspringen
you all will do
zullen losspringen
they will do
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional bijzin mood
zou losspringen
I would do
zou losspringen
you would do
zou losspringen
he/she/it would do
zouden losspringen
we would do
zouden losspringen
you all would do
zouden losspringen
they would do
Subjunctive bijzin mood
losspringe
I do
losspringe
you do
losspringe
he/she/it do
losspringe
we do
losspringe
you all do
losspringe
they do
Du
Ihr
Imperative mood
spring los
do
springt los
do
Further details about this page
LOCATION
Cooljugator
/
Dutch
/
losspringen
Back to Top