Speak any language with confidence

Take our quick quiz to start your journey to fluency today!

Get started

Leidinggeven (to lead) conjugation

Dutch
10 examples

Conjugation of leidinggeven

Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
geef leiding
I lead
geeft leiding
you lead
geeft leiding
he/she/it leads
geven leiding
we lead
geven leiding
you all lead
geven leiding
they lead
Present perfect tense
heb leidinggegeven
I have leaded
hebt leidinggegeven
you have leaded
heeft leidinggegeven
he/she/it has leaded
hebben leidinggegeven
we have leaded
hebben leidinggegeven
you all have leaded
hebben leidinggegeven
they have leaded
Past tense
gaf leiding
I leaded
gaf leiding
you leaded
gaf leiding
he/she/it leaded
gaven leiding
we leaded
gaven leiding
you all leaded
gaven leiding
they leaded
Future tense
zal leidinggeven
I will lead
zult leidinggeven
you will lead
zal leidinggeven
he/she/it will lead
zullen leidinggeven
we will lead
zullen leidinggeven
you all will lead
zullen leidinggeven
they will lead
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou leidinggeven
I would lead
zou leidinggeven
you would lead
zou leidinggeven
he/she/it would lead
zouden leidinggeven
we would lead
zouden leidinggeven
you all would lead
zouden leidinggeven
they would lead
Subjunctive mood
geve leiding
I lead
geve leiding
you lead
geve leiding
he/she/it lead
geve leiding
we lead
geve leiding
you all lead
geve leiding
they lead
Past perfect tense
had leidinggegeven
I had leaded
had leidinggegeven
you had leaded
had leidinggegeven
he/she/it had leaded
hadden leidinggegeven
we had leaded
hadden leidinggegeven
you all had leaded
hadden leidinggegeven
they had leaded
Future perf.
zal leidinggegeven hebben
I will have leaded
zal leidinggegeven hebben
you will have leaded
zal leidinggegeven hebben
he/she/it will have leaded
zullen leidinggegeven hebben
we will have leaded
zullen leidinggegeven hebben
you all will have leaded
zullen leidinggegeven hebben
they will have leaded
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou leidinggegeven hebben
I would have leaded
zou leidinggegeven hebben
you would have leaded
zou leidinggegeven hebben
he/she/it would have leaded
zouden leidinggegeven hebben
we would have leaded
zouden leidinggegeven hebben
you all would have leaded
zouden leidinggegeven hebben
they would have leaded
Present bijzin tense
leidinggeef
I lead
leidinggeeft
you lead
leidinggeeft
he/she/it leads
leidinggeven
we lead
leidinggeven
you all lead
leidinggeven
they lead
Past bijzin tense
leidinggaf
I leaded
leidinggaf
you leaded
leidinggaf
he/she/it leaded
leidinggaven
we leaded
leidinggaven
you all leaded
leidinggaven
they leaded
Future bijzin tense
zal leidinggeven
I will lead
zult leidinggeven
you will lead
zal leidinggeven
he/she/it will lead
zullen leidinggeven
we will lead
zullen leidinggeven
you all will lead
zullen leidinggeven
they will lead
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional bijzin mood
zou leidinggeven
I would lead
zou leidinggeven
you would lead
zou leidinggeven
he/she/it would lead
zouden leidinggeven
we would lead
zouden leidinggeven
you all would lead
zouden leidinggeven
they would lead
Subjunctive bijzin mood
leidinggeve
I lead
leidinggeve
you lead
leidinggeve
he/she/it lead
leidinggeve
we lead
leidinggeve
you all lead
leidinggeve
they lead
Du
Ihr
Imperative mood
geef leiding
lead
geeft leiding
lead

Examples of leidinggeven

Example in DutchTranslation in English
Het spijt me dat mijn stijl van leidinggeven niet gepaard gaat met lunchdates met Ross.Well, I'm sorry my style of leadership doesn't involve taking Ross to lunch.
Ik dien een motie van wantrouwen in en een directe verandering van leidinggeven.I call for a vote of no confidence and an immediate change in leadership.
Je moet stevig leidinggeven.It has to be a style of firm leadership.
Wat stelde dat soort leidinggeven voor?What sort of leadership was that?
Wil jij leidinggeven aan de Wachters?Do you want to lead The Guard?
Ik geef leiding aan een kruistocht, jongen.- Then why are we? I'm leading a crusade, son.
De kapitein leid geen missies. Die blijft hier, en geeft leiding.The captain doesn't lead the mission.
Je geeft leiding aan twee dingen--You ain't leading' but two things right now--
Leb Munchin. Hij geeft leiding aan een tak van de Russische maffia.Leb Munchin considered to be leader in one branch of the Russian mafia.
Mensen moeten denken dat hij hier is, leidinggevend.People need to think he's in here leading.

More Dutch verbs

Related

Not found
We have none.

Similar

Not found
We have none.

Similar but longer

Not found
We have none.

Random

kuieren
stroll
lamleggen
paralyse
langswippen
do
leebraken
do
leegeten
empty food
leegmaken
empty
leiden
lead
leken
do
lenigen
alleviate
lijsten
do

Other Dutch verbs with the meaning similar to 'lead':

None found.