Kruimelen (to crumble) conjugation

Dutch
11 examples

Conjugation of eiti

Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
kruimel
I crumble
kruimelt
you crumble
kruimelt
he/she/it crumbles
kruimelen
we crumble
kruimelen
you all crumble
kruimelen
they crumble
Present perfect tense
heb gekruimeld
I have crumbled
hebt gekruimeld
you have crumbled
heeft gekruimeld
he/she/it has crumbled
hebben gekruimeld
we have crumbled
hebben gekruimeld
you all have crumbled
hebben gekruimeld
they have crumbled
Past tense
kruimelde
I crumbled
kruimelde
you crumbled
kruimelde
he/she/it crumbled
kruimelden
we crumbled
kruimelden
you all crumbled
kruimelden
they crumbled
Future tense
zal kruimelen
I will crumble
zult kruimelen
you will crumble
zal kruimelen
he/she/it will crumble
zullen kruimelen
we will crumble
zullen kruimelen
you all will crumble
zullen kruimelen
they will crumble
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou kruimelen
I would crumble
zou kruimelen
you would crumble
zou kruimelen
he/she/it would crumble
zouden kruimelen
we would crumble
zouden kruimelen
you all would crumble
zouden kruimelen
they would crumble
Subjunctive mood
kruimele
I crumble
kruimele
you crumble
kruimele
he/she/it crumble
kruimele
we crumble
kruimele
you all crumble
kruimele
they crumble
Past perfect tense
had gekruimeld
I had crumbled
had gekruimeld
you had crumbled
had gekruimeld
he/she/it had crumbled
hadden gekruimeld
we had crumbled
hadden gekruimeld
you all had crumbled
hadden gekruimeld
they had crumbled
Future perf.
zal gekruimeld hebben
I will have crumbled
zal gekruimeld hebben
you will have crumbled
zal gekruimeld hebben
he/she/it will have crumbled
zullen gekruimeld hebben
we will have crumbled
zullen gekruimeld hebben
you all will have crumbled
zullen gekruimeld hebben
they will have crumbled
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou gekruimeld hebben
I would have crumbled
zou gekruimeld hebben
you would have crumbled
zou gekruimeld hebben
he/she/it would have crumbled
zouden gekruimeld hebben
we would have crumbled
zouden gekruimeld hebben
you all would have crumbled
zouden gekruimeld hebben
they would have crumbled
Du
Ihr
Imperative mood
kruimel
crumble
kruimelt
crumble

Examples of kruimelen

Example in DutchTranslation in English
We zagen hoe koekjes kruimelen en fris aan zijn prik komt. Laten we nu eens kijken naar Amerika's favoriete snoepje.{\pos(192,210)}Now, we've seen how cookies crumble and soda gets its pop, so let's take a close-up look at America's favorite drop...
Zo, dat is de manier waarop koekjes kruimelen hier in Korea.Well, that's the way the cookie crumbles here in Korea.
- Bosbessen kruimel.Blueberry crumble.
Een kruimel van het koekje?A crumble of the crumble?
Soms kruimel ik er Weetabix door, dan heb je tenminste wat vasts.Yeah, well, sometimes I like to crumble up the Weetabix in the blood. Gives it a little texture.
Toen dacht ik, dan neem ik kruimel, maar dat had ik de laatste keer al.Then I wanted apple crumble, but I had it last time.
Het kruimelt zo lekker.l love how it crumbles.
Niets kruimelt zo lekker als de Deense.Nothing crumbles like Danish.
Oh, God, je koekje kruimelt.Oh, God, your cookie crumbled.
Zoals Brandon zei, de manier waarop het koekje kruimelt, voor ons, vandaag.It's like Brandon said, the way the cookie crumbles. For us. Just for today.
Het is gekruimeld, maar....It's crumbled, but....

More Dutch verbs

Related

Not found
We have none.

Similar

Not found
We have none.

Similar but longer

afkruimelen
do

Other Dutch verbs with the meaning similar to 'crumble':

None found.
Learning languages?