Klaarstaan (to be ready) conjugation

Dutch
32 examples

Conjugation of eiti

Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
sta klaar
I am ready
staat klaar
you are ready
staat klaar
he/she/it is ready
staan klaar
we are ready
staan klaar
you all are ready
staan klaar
they are ready
Present perfect tense
heb klaargestaan
I have been ready
hebt klaargestaan
you have been ready
heeft klaargestaan
he/she/it has been ready
hebben klaargestaan
we have been ready
hebben klaargestaan
you all have been ready
hebben klaargestaan
they have been ready
Past tense
stond klaar
I was ready
stond klaar
you were ready
stond klaar
he/she/it was ready
stonden klaar
we were ready
stonden klaar
you all were ready
stonden klaar
they were ready
Future tense
zal klaarstaan
I will be ready
zult klaarstaan
you will be ready
zal klaarstaan
he/she/it will be ready
zullen klaarstaan
we will be ready
zullen klaarstaan
you all will be ready
zullen klaarstaan
they will be ready
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou klaarstaan
I would be ready
zou klaarstaan
you would be ready
zou klaarstaan
he/she/it would be ready
zouden klaarstaan
we would be ready
zouden klaarstaan
you all would be ready
zouden klaarstaan
they would be ready
Subjunctive mood
sta klaar
I am ready
sta klaar
you are ready
sta klaar
he/she/it be ready
sta klaar
we are ready
sta klaar
you all are ready
sta klaar
they are ready
Past perfect tense
had klaargestaan
I had been ready
had klaargestaan
you had been ready
had klaargestaan
he/she/it had been ready
hadden klaargestaan
we had been ready
hadden klaargestaan
you all had been ready
hadden klaargestaan
they had been ready
Future perf.
zal klaargestaan hebben
I will have been ready
zal klaargestaan hebben
you will have been ready
zal klaargestaan hebben
he/she/it will have been ready
zullen klaargestaan hebben
we will have been ready
zullen klaargestaan hebben
you all will have been ready
zullen klaargestaan hebben
they will have been ready
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou klaargestaan hebben
I would have been ready
zou klaargestaan hebben
you would have been ready
zou klaargestaan hebben
he/she/it would have been ready
zouden klaargestaan hebben
we would have been ready
zouden klaargestaan hebben
you all would have been ready
zouden klaargestaan hebben
they would have been ready
Present bijzin tense
klaarsta
I am ready
klaarstaat
you are ready
klaarstaat
he/she/it is ready
klaarstaan
we are ready
klaarstaan
you all are ready
klaarstaan
they are ready
Past bijzin tense
klaarstond
I was ready
klaarstond
you were ready
klaarstond
he/she/it was ready
klaarstonden
we were ready
klaarstonden
you all were ready
klaarstonden
they were ready
Future bijzin tense
zal klaarstaan
I will be ready
zult klaarstaan
you will be ready
zal klaarstaan
he/she/it will be ready
zullen klaarstaan
we will be ready
zullen klaarstaan
you all will be ready
zullen klaarstaan
they will be ready
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional bijzin mood
zou klaarstaan
I would be ready
zou klaarstaan
you would be ready
zou klaarstaan
he/she/it would be ready
zouden klaarstaan
we would be ready
zouden klaarstaan
you all would be ready
zouden klaarstaan
they would be ready
Subjunctive bijzin mood
klaarsta
I am ready
klaarsta
you are ready
klaarsta
he/she/it be ready
klaarsta
we are ready
klaarsta
you all are ready
klaarsta
they are ready
Du
Ihr
Imperative mood
sta klaar
be ready
staat klaa
be ready

Examples of klaarstaan

Example in DutchTranslation in English
'Een patriot moet altijd klaarstaan om z'n land te verdedigen tegen z'n regering.'"A patriot must always be ready to defend his country against its government."
- Ik moet klaarstaan om te vertrekken... of we hebben helemaal geen kans.I need to be ready to take off, or none of us stands a chance.
- Kun je klaarstaan om 8:30?Can you be ready by 8:30?
- Oké. Ze zal klaarstaan.- Okay, she'll be ready.
- We zullen klaarstaan.We'll be ready.
- Dunham, sta klaar om te gaan.Dunham, you and Agent Lee be ready to move.
Blijf in de buurt en sta klaar voor draadloze overdraging.Just stay close and be ready for wireless transfer.
Dat vertel ik als ik je zie, sta klaar.I'll tell you about it when I see you. Just be ready.
Donderdag, sta klaar.Thursday, be ready.
En sta klaar.And be ready.
De piloot staat klaar.The pilot will be ready.
Hun cavalerie staat klaar.They've sent their cavalry out to be ready for it.
Mason, jij staat klaar om ons rugdekking te geven met de Mako.Mason, you be ready to back us up with the Mako.
O'Brien, de derde golf staat klaar.O'Brien, that third wave should be ready.
Jullie beide en twee van jullie manschappen staan klaar om 05:00 morgenochtend en we gaan dan op zoek naar Jackson.Both of you and two of your men be ready at 0500 tomorrow. We'll insert a man to look for Jackson.
Onze machines staan klaar over twee dagen...Our engines will be ready in two days, so in the west we can--
Onze mensen staan klaar als we het vinden.Our people will be ready, sir, once we find it. All right.
We staan klaar.We'll be ready. Just give us the word.
Hij stond klaar voor de aanval, dus ik keek die gek recht in zijn oog. Hij had maar een oog. En ik zong hem in slaap tot hij op z'n duim zoog als een poesje, klaar om in z'n bed te plassen.He was ready to rock, so I looked that fool dead in the eye-- He only had one eye-- and I sang him to sleep until he was sucking his thumb like a kitten 'bout to wet the bed.
Ik stond klaar om 'm op te volgen en hij zou me steunen.I was ready to step up, and the deal was cut long ago that he'd back me when the time came.
Ik stond klaar om deze info aan mijn cliÃ"nt te verkopen totdat ik ons erin zag staan.I was ready to sell all this intel to my client until I saw us in it.
Ik stond klaar om met de schat te vertrekken.I was ready to take the treasure and go.
Ik stond klaar om te liegen toen de vraag kwam.I was ready to lie when the question came.
Ze stonden klaar om te schieten.The Dixon was ready to fire.
Als die t¤pes terugkomen, zal ik zorgen dat ik klaarsta.When those guys come back, I'll be ready.
Oké, Judy, als we weg zijn, maak hem dan wakker... en zeg dat hij klaarstaat voor het geval er problemen zijn.Okay, Judy, after we're gone, wake him up... and tell him to be ready in case there's any trouble.
Pak je spullen, en je .45, en zorg dat je om 12.00 uur klaarstaat.You just pack a bag, bring your .45 and be ready to roll at high noon.
Vertrouw ons, pak je spullen en zorg dat je om 1 uur klaarstaat.All you need to do is to trust us, pack your bags and be ready to go at 1300.
Zorg dat iedere heer klaarstaat.Send word to every lords and gentlemen to be ready with his power.
Zorg dat je klaarstaat.Just be ready to go, okay?
Hanna werd dagelijks automatisch gebeld door een plaatselijke apotheek met de boodschap dat haar bestelling klaarstond.Hanna got daily automated calls from a local pharmacy that "her order was ready."
Ze belden dat de auto klaarstond.The phone rang. They said the car was ready. What?

More Dutch verbs

Related

Not found
We have none.

Similar

Not found
We have none.

Similar but longer

Not found
We have none.

Other Dutch verbs with the meaning similar to 'be ready':

None found.
Learning languages?

Receive top verbs, tips and our newsletter free!

Languages Interested In