Cooljugator Logo Get a Dutch Tutor

heenstappen

to overrule

Looking for learning resources? Study with our courses! Get a full course →

Conjugation of heenstappen

Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
stap heen
I overrule
stapt heen
you overrule
stapt heen
he/she/it overrules
stappen heen
we overrule
stappen heen
you all overrule
stappen heen
they overrule
Present perfect tense
ben heengestapt
I have overruled
bent heengestapt
you have overruled
is heengestapt
he/she/it has overruled
zijn heengestapt
we have overruled
zijn heengestapt
you all have overruled
zijn heengestapt
they have overruled
Past tense
stapte heen
I overruled
stapte heen
you overruled
stapte heen
he/she/it overruled
stapten heen
we overruled
stapten heen
you all overruled
stapten heen
they overruled
Future tense
zal heenstappen
I will overrule
zult heenstappen
you will overrule
zal heenstappen
he/she/it will overrule
zullen heenstappen
we will overrule
zullen heenstappen
you all will overrule
zullen heenstappen
they will overrule
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou heenstappen
I would overrule
zou heenstappen
you would overrule
zou heenstappen
he/she/it would overrule
zouden heenstappen
we would overrule
zouden heenstappen
you all would overrule
zouden heenstappen
they would overrule
Subjunctive mood
stappe heen
I overrule
stappe heen
you overrule
stappe heen
he/she/it overrule
stappe heen
we overrule
stappe heen
you all overrule
stappe heen
they overrule
Past perfect tense
was heengestapt
I had overruled
was heengestapt
you had overruled
was heengestapt
he/she/it had overruled
waren heengestapt
we had overruled
waren heengestapt
you all had overruled
waren heengestapt
they had overruled
Future perf.
zal heengestapt zijn
I will have overruled
zal heengestapt zijn
you will have overruled
zal heengestapt zijn
he/she/it will have overruled
zullen heengestapt zijn
we will have overruled
zullen heengestapt zijn
you all will have overruled
zullen heengestapt zijn
they will have overruled
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou heengestapt zijn
I would have overruled
zou heengestapt zijn
you would have overruled
zou heengestapt zijn
he/she/it would have overruled
zouden heengestapt zijn
we would have overruled
zouden heengestapt zijn
you all would have overruled
zouden heengestapt zijn
they would have overruled
Present bijzin tense
heenstap
I overrule
heenstapt
you overrule
heenstapt
he/she/it overrules
heenstappen
we overrule
heenstappen
you all overrule
heenstappen
they overrule
Past bijzin tense
heenstapte
I overruled
heenstapte
you overruled
heenstapte
he/she/it overruled
heenstapten
we overruled
heenstapten
you all overruled
heenstapten
they overruled
Future bijzin tense
zal heenstappen
I will overrule
zult heenstappen
you will overrule
zal heenstappen
he/she/it will overrule
zullen heenstappen
we will overrule
zullen heenstappen
you all will overrule
zullen heenstappen
they will overrule
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional bijzin mood
zou heenstappen
I would overrule
zou heenstappen
you would overrule
zou heenstappen
he/she/it would overrule
zouden heenstappen
we would overrule
zouden heenstappen
you all would overrule
zouden heenstappen
they would overrule
Subjunctive bijzin mood
heenstappe
I overrule
heenstappe
you overrule
heenstappe
he/she/it overrule
heenstappe
we overrule
heenstappe
you all overrule
heenstappe
they overrule
Du
Ihr
Imperative mood
stap heen
overrule
stapt heen
overrule

Further details about this page

LOCATION