Cooljugator Logo Get a Dutch Tutor

gereedkomen

to do

Looking for learning resources? Study with our courses! Get a full course →

Conjugation of gereedkomen

Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
kom gereed
I do
komt gereed
you do
komt gereed
he/she/it does
komen gereed
we do
komen gereed
you all do
komen gereed
they do
Present perfect tense
ben gereedgekomen
I have done
bent gereedgekomen
you have done
is gereedgekomen
he/she/it has done
zijn gereedgekomen
we have done
zijn gereedgekomen
you all have done
zijn gereedgekomen
they have done
Past tense
kwam gereed
I did
kwam gereed
you did
kwam gereed
he/she/it did
kwamen gereed
we did
kwamen gereed
you all did
kwamen gereed
they did
Future tense
zal gereedkomen
I will do
zult gereedkomen
you will do
zal gereedkomen
he/she/it will do
zullen gereedkomen
we will do
zullen gereedkomen
you all will do
zullen gereedkomen
they will do
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou gereedkomen
I would do
zou gereedkomen
you would do
zou gereedkomen
he/she/it would do
zouden gereedkomen
we would do
zouden gereedkomen
you all would do
zouden gereedkomen
they would do
Subjunctive mood
kome gereed
I do
kome gereed
you do
kome gereed
he/she/it do
kome gereed
we do
kome gereed
you all do
kome gereed
they do
Past perfect tense
was gereedgekomen
I had done
was gereedgekomen
you had done
was gereedgekomen
he/she/it had done
waren gereedgekomen
we had done
waren gereedgekomen
you all had done
waren gereedgekomen
they had done
Future perf.
zal gereedgekomen zijn
I will have done
zal gereedgekomen zijn
you will have done
zal gereedgekomen zijn
he/she/it will have done
zullen gereedgekomen zijn
we will have done
zullen gereedgekomen zijn
you all will have done
zullen gereedgekomen zijn
they will have done
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou gereedgekomen zijn
I would have done
zou gereedgekomen zijn
you would have done
zou gereedgekomen zijn
he/she/it would have done
zouden gereedgekomen zijn
we would have done
zouden gereedgekomen zijn
you all would have done
zouden gereedgekomen zijn
they would have done
Present bijzin tense
gereedkom
I do
gereedkomt
you do
gereedkomt
he/she/it does
gereedkomen
we do
gereedkomen
you all do
gereedkomen
they do
Past bijzin tense
gereedkwam
I did
gereedkwam
you did
gereedkwam
he/she/it did
gereedkwamen
we did
gereedkwamen
you all did
gereedkwamen
they did
Future bijzin tense
zal gereedkomen
I will do
zult gereedkomen
you will do
zal gereedkomen
he/she/it will do
zullen gereedkomen
we will do
zullen gereedkomen
you all will do
zullen gereedkomen
they will do
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional bijzin mood
zou gereedkomen
I would do
zou gereedkomen
you would do
zou gereedkomen
he/she/it would do
zouden gereedkomen
we would do
zouden gereedkomen
you all would do
zouden gereedkomen
they would do
Subjunctive bijzin mood
gereedkome
I do
gereedkome
you do
gereedkome
he/she/it do
gereedkome
we do
gereedkome
you all do
gereedkome
they do
Du
Ihr
Imperative mood
kom gereed
do
komt g
do

Further details about this page

LOCATION