Formatteren (to format) conjugation

Dutch
12 examples

Conjugation of eiti

Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
formatteer
I format
formatteert
you format
formatteert
he/she/it formats
formatteren
we format
formatteren
you all format
formatteren
they format
Present perfect tense
heb geformatteerd
I have formatted
hebt geformatteerd
you have formatted
heeft geformatteerd
he/she/it has formatted
hebben geformatteerd
we have formatted
hebben geformatteerd
you all have formatted
hebben geformatteerd
they have formatted
Past tense
formatteerde
I formatted
formatteerde
you formatted
formatteerde
he/she/it formatted
formatteerden
we formatted
formatteerden
you all formatted
formatteerden
they formatted
Future tense
zal formatteren
I will format
zult formatteren
you will format
zal formatteren
he/she/it will format
zullen formatteren
we will format
zullen formatteren
you all will format
zullen formatteren
they will format
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou formatteren
I would format
zou formatteren
you would format
zou formatteren
he/she/it would format
zouden formatteren
we would format
zouden formatteren
you all would format
zouden formatteren
they would format
Subjunctive mood
formattere
I format
formattere
you format
formattere
he/she/it format
formattere
we format
formattere
you all format
formattere
they format
Past perfect tense
had geformatteerd
I had formatted
had geformatteerd
you had formatted
had geformatteerd
he/she/it had formatted
hadden geformatteerd
we had formatted
hadden geformatteerd
you all had formatted
hadden geformatteerd
they had formatted
Future perf.
zal geformatteerd hebben
I will have formatted
zal geformatteerd hebben
you will have formatted
zal geformatteerd hebben
he/she/it will have formatted
zullen geformatteerd hebben
we will have formatted
zullen geformatteerd hebben
you all will have formatted
zullen geformatteerd hebben
they will have formatted
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou geformatteerd hebben
I would have formatted
zou geformatteerd hebben
you would have formatted
zou geformatteerd hebben
he/she/it would have formatted
zouden geformatteerd hebben
we would have formatted
zouden geformatteerd hebben
you all would have formatted
zouden geformatteerd hebben
they would have formatted
Du
Ihr
Imperative mood
formatteer
format
formatteert
format

Examples of formatteren

Example in DutchTranslation in English
Ah. Hij gaat formatteren.It's gonna format.
De harde schijven zijn aan het formatteren.- The hard drive's reformatting.
Een hard drive formatteren.Reformat a hard drive.
Ik ben bezig de gegevens opnieuw te formatteren.So I'm working on reformatting the data.
Ik heb haar net bij de monteur opgehaald ... ze moesten de harde schijf formatteren.I just picked it up from the repair shop. They had to reformat the hard drive.
Ga naar de kant en formatteer mijn geheugen.Pull over and reformat my memory.
Doe dit...je, eh...formatteert de harde schijf, en herinstalleert de software.Do this: You re-format the hard drive and reinstall the software.
'Wie heeft dit ding geformatteerd?"Who formatted this thing?
-Dat doet Danny wel. Haar harde schijf is pas geformatteerd.Jack, her hard drive was completely reformatted two weeks ago.
De commando's zijn geprogrammeerd en de schijven zijn geformatteerd, maar... ik zie geen gegevens.Command structure for boot up isn't firmware, and the drives were formatted, but... I don't see any data.
Hij heeft z'n vaste schijf geformatteerd.- It's hard to say. He deliberately reformatted his hard drive.
Is het geformatteerd voor de C-9? Nee.-Is it formatted for the C-9?

More Dutch verbs

Related

Not found
We have none.

Similar

Not found
We have none.

Similar but longer

Not found
We have none.

Random

flikken
cajole
floaten
flash
flonkeren
scintillate
fluisteren
whisper
fluoresceren
fluoresce
fonceren
do
fonduen
fondue
formaliseren
formalize
formeren
format
gaarkoken
boil

Other Dutch verbs with the meaning similar to 'format':

None found.
Learning languages?