Speak any language with confidence

Take our quick quiz to start your journey to fluency today!

Get started

Emotioneren (to do) conjugation

Dutch
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
emotioneer
emotioneert
emotioneert
emotioneren
emotioneren
emotioneren
Present perfect tense
heb geëmotioneerd
hebt geëmotioneerd
heeft geëmotioneerd
hebben geëmotioneerd
hebben geëmotioneerd
hebben geëmotioneerd
Past tense
emotioneerde
emotioneerde
emotioneerde
emotioneerden
emotioneerden
emotioneerden
Future tense
zal emotioneren
zult emotioneren
zal emotioneren
zullen emotioneren
zullen emotioneren
zullen emotioneren
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou emotioneren
zou emotioneren
zou emotioneren
zouden emotioneren
zouden emotioneren
zouden emotioneren
Subjunctive mood
emotionere
emotionere
emotionere
emotionere
emotionere
emotionere
Past perfect tense
had geëmotioneerd
had geëmotioneerd
had geëmotioneerd
hadden geëmotioneerd
hadden geëmotioneerd
hadden geëmotioneerd
Future perf.
zal geëmotioneerd hebben
zal geëmotioneerd hebben
zal geëmotioneerd hebben
zullen geëmotioneerd hebben
zullen geëmotioneerd hebben
zullen geëmotioneerd hebben
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou geëmotioneerd hebben
zou geëmotioneerd hebben
zou geëmotioneerd hebben
zouden geëmotioneerd hebben
zouden geëmotioneerd hebben
zouden geëmotioneerd hebben
Du
Ihr
Imperative mood
emotioneer
emotioneert

More Dutch verbs

Related

Not found
We have none.

Similar

Not found
We have none.

Similar but longer

Not found
We have none.

Other Dutch verbs with the meaning similar to 'do':

None found.