Doorroesten (to rust) conjugation

Dutch
13 examples

Conjugation of eiti

Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
roest door
I rust
roest door
you rust
roest door
he/she/it rusts
roesten door
we rust
roesten door
you all rust
roesten door
they rust
Present perfect tense
ben doorgeroest
I have rusted
bent doorgeroest
you have rusted
is doorgeroest
he/she/it has rusted
zijn doorgeroest
we have rusted
zijn doorgeroest
you all have rusted
zijn doorgeroest
they have rusted
Past tense
roestte door
I rusted
roestte door
you rusted
roestte door
he/she/it rusted
roestten door
we rusted
roestten door
you all rusted
roestten door
they rusted
Future tense
zal doorroesten
I will rust
zult doorroesten
you will rust
zal doorroesten
he/she/it will rust
zullen doorroesten
we will rust
zullen doorroesten
you all will rust
zullen doorroesten
they will rust
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou doorroesten
I would rust
zou doorroesten
you would rust
zou doorroesten
he/she/it would rust
zouden doorroesten
we would rust
zouden doorroesten
you all would rust
zouden doorroesten
they would rust
Subjunctive mood
roeste door
I rust
roeste door
you rust
roeste door
he/she/it rust
roeste door
we rust
roeste door
you all rust
roeste door
they rust
Past perfect tense
was doorgeroest
I had rusted
was doorgeroest
you had rusted
was doorgeroest
he/she/it had rusted
waren doorgeroest
we had rusted
waren doorgeroest
you all had rusted
waren doorgeroest
they had rusted
Future perf.
zal doorgeroest zijn
I will have rusted
zal doorgeroest zijn
you will have rusted
zal doorgeroest zijn
he/she/it will have rusted
zullen doorgeroest zijn
we will have rusted
zullen doorgeroest zijn
you all will have rusted
zullen doorgeroest zijn
they will have rusted
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou doorgeroest zijn
I would have rusted
zou doorgeroest zijn
you would have rusted
zou doorgeroest zijn
he/she/it would have rusted
zouden doorgeroest zijn
we would have rusted
zouden doorgeroest zijn
you all would have rusted
zouden doorgeroest zijn
they would have rusted
Present bijzin tense
doorroest
I rust
doorroest
you rust
doorroest
he/she/it rusts
doorroesten
we rust
doorroesten
you all rust
doorroesten
they rust
Past bijzin tense
doorroestte
I rusted
doorroestte
you rusted
doorroestte
he/she/it rusted
doorroestten
we rusted
doorroestten
you all rusted
doorroestten
they rusted
Future bijzin tense
zal doorroesten
I will rust
zult doorroesten
you will rust
zal doorroesten
he/she/it will rust
zullen doorroesten
we will rust
zullen doorroesten
you all will rust
zullen doorroesten
they will rust
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional bijzin mood
zou doorroesten
I would rust
zou doorroesten
you would rust
zou doorroesten
he/she/it would rust
zouden doorroesten
we would rust
zouden doorroesten
you all would rust
zouden doorroesten
they would rust
Subjunctive bijzin mood
doorroeste
I rust
doorroeste
you rust
doorroeste
he/she/it rust
doorroeste
we rust
doorroeste
you all rust
doorroeste
they rust
Du
Ihr
Imperative mood
roest door
rust
roest
rust

Examples of doorroesten

Example in DutchTranslation in English
Wanneer zou deze kooi doorroesten in een meer? Na jaren? Decennia?How long do you think it's going to take for this to rust at the bottom of a lake?
Er is hier genoeg roest door zoutwatercorrosie.We got plenty of rust here from all the salt water corrosion.
IJzer roest door gebrek aan gebruik.Iron rusts from disuse.
- Ze is doorgeroest.It's rusted out.
De CPP Kalinka was een goedkope schuit... om de binnengebieden te patrouilleren voor een paar jaar, totdat het doorgeroest is.The CPP Kalinka was a cheap bucket - tasked to patrol the backwaters for a few years or until it rusted out.
Een week onder de grond... en ze zijn doorgeroest.A week underground, they'll be rusted through.
Elke mijn zal daar nu wel doorgeroest zijn.Any mine would've rusted through by now.
Het is doorgeroest.No, it's all rusted out.
"...uit de roest van honderd scheepswrakken."from the rust of a hundred sunken ships.
- Dat beetje roest haal ik wel weg.- It's got a little rust. I'll restore it.
- Dat is wel heel veel roest.Yeah. That's a lot of rust, huh?
- Dat was geen roest, raak het niet aan.That wasn't rust. May, don't touch it!
- Er is daar veel roest.- There's a lot of rust in there.

More Dutch verbs

Related

Not found
We have none.

Similar

Not found
We have none.

Similar but longer

Not found
We have none.

Other Dutch verbs with the meaning similar to 'rust':

None found.
Learning languages?