Speak any language with confidence

Take our quick quiz to start your journey to fluency today!

Get started

Dichttimmeren (to board up) conjugation

Dutch
8 examples
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
timmer dicht
timmert dicht
timmert dicht
timmeren dicht
timmeren dicht
timmeren dicht
Present perfect tense
heb dichtgetimmerd
hebt dichtgetimmerd
heeft dichtgetimmerd
hebben dichtgetimmerd
hebben dichtgetimmerd
hebben dichtgetimmerd
Past tense
timmerde dicht
timmerde dicht
timmerde dicht
timmerden dicht
timmerden dicht
timmerden dicht
Future tense
zal dichttimmeren
zult dichttimmeren
zal dichttimmeren
zullen dichttimmeren
zullen dichttimmeren
zullen dichttimmeren
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou dichttimmeren
zou dichttimmeren
zou dichttimmeren
zouden dichttimmeren
zouden dichttimmeren
zouden dichttimmeren
Subjunctive mood
timmere dicht
timmere dicht
timmere dicht
timmere dicht
timmere dicht
timmere dicht
Past perfect tense
had dichtgetimmerd
had dichtgetimmerd
had dichtgetimmerd
hadden dichtgetimmerd
hadden dichtgetimmerd
hadden dichtgetimmerd
Future perf.
zal dichtgetimmerd hebben
zal dichtgetimmerd hebben
zal dichtgetimmerd hebben
zullen dichtgetimmerd hebben
zullen dichtgetimmerd hebben
zullen dichtgetimmerd hebben
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou dichtgetimmerd hebben
zou dichtgetimmerd hebben
zou dichtgetimmerd hebben
zouden dichtgetimmerd hebben
zouden dichtgetimmerd hebben
zouden dichtgetimmerd hebben
Present bijzin tense
dichttimmer
dichttimmert
dichttimmert
dichttimmeren
dichttimmeren
dichttimmeren
Past bijzin tense
dichttimmerde
dichttimmerde
dichttimmerde
dichttimmerden
dichttimmerden
dichttimmerden
Future bijzin tense
zal dichttimmeren
zult dichttimmeren
zal dichttimmeren
zullen dichttimmeren
zullen dichttimmeren
zullen dichttimmeren
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional bijzin mood
zou dichttimmeren
zou dichttimmeren
zou dichttimmeren
zouden dichttimmeren
zouden dichttimmeren
zouden dichttimmeren
Subjunctive bijzin mood
dichttimmere
dichttimmere
dichttimmere
dichttimmere
dichttimmere
dichttimmere
Du
Ihr
Imperative mood
timmer dicht
timmert dicht

Examples of dichttimmeren

Example in DutchTranslation in English
Dan zou ik in de vakantie m'n luiken maar dichttimmeren.And we're apart for four years? Then, come semester break, you better board up your windows.
Ik kwam haar kelder dichttimmeren.I just stopped by to help her board up her cellar.
Jullie moeten de ingangen dichttimmeren... precies hier, hier en hier.Now you kids, you're gonna have to board up the entrances right here, here and here.
- Alle ramen zijn dichtgetimmerd.Why do you think we boarded up all the windows... Put your hands against the wall!
- De voordeur is dichtgetimmerd.- Front door's boarded up.
- Het is dichtgetimmerd.- It's boarded up.
- Hoe goed denk je dat dit dichtgetimmerd zit?- How boarded up do you think these are?
- Z'n huis is dichtgetimmerd.- His house has been boarded up.

More Dutch verbs

Related

Not found
We have none.

Similar

Not found
We have none.

Similar but longer

Not found
We have none.

Random

conspireren
conspire
denazificeren
denazify
deponeren
deposit
desorganiseren
disorganize
dichtlakken
lacquer close
dichtstrijken
close iron
dichttrekken
draw close
diepgaan
thoroughgo
dijken
do
dissimileren
disseminate

Other Dutch verbs with the meaning similar to 'board up':

None found.