Speak any language with confidence

Take our quick quiz to start your journey to fluency today!

Get started

Dichtspijkeren (to nail down) conjugation

Dutch
1 examples
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
spijker dicht
spijkert dicht
spijkert dicht
spijkeren dicht
spijkeren dicht
spijkeren dicht
Present perfect tense
heb dichtgespijkerd
hebt dichtgespijkerd
heeft dichtgespijkerd
hebben dichtgespijkerd
hebben dichtgespijkerd
hebben dichtgespijkerd
Past tense
spijkerde dicht
spijkerde dicht
spijkerde dicht
spijkerden dicht
spijkerden dicht
spijkerden dicht
Future tense
zal dichtspijkeren
zult dichtspijkeren
zal dichtspijkeren
zullen dichtspijkeren
zullen dichtspijkeren
zullen dichtspijkeren
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou dichtspijkeren
zou dichtspijkeren
zou dichtspijkeren
zouden dichtspijkeren
zouden dichtspijkeren
zouden dichtspijkeren
Subjunctive mood
spijkere dicht
spijkere dicht
spijkere dicht
spijkere dicht
spijkere dicht
spijkere dicht
Past perfect tense
had dichtgespijkerd
had dichtgespijkerd
had dichtgespijkerd
hadden dichtgespijkerd
hadden dichtgespijkerd
hadden dichtgespijkerd
Future perf.
zal dichtgespijkerd hebben
zal dichtgespijkerd hebben
zal dichtgespijkerd hebben
zullen dichtgespijkerd hebben
zullen dichtgespijkerd hebben
zullen dichtgespijkerd hebben
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou dichtgespijkerd hebben
zou dichtgespijkerd hebben
zou dichtgespijkerd hebben
zouden dichtgespijkerd hebben
zouden dichtgespijkerd hebben
zouden dichtgespijkerd hebben
Present bijzin tense
dichtspijker
dichtspijkert
dichtspijkert
dichtspijkeren
dichtspijkeren
dichtspijkeren
Past bijzin tense
dichtspijkerde
dichtspijkerde
dichtspijkerde
dichtspijkerden
dichtspijkerden
dichtspijkerden
Future bijzin tense
zal dichtspijkeren
zult dichtspijkeren
zal dichtspijkeren
zullen dichtspijkeren
zullen dichtspijkeren
zullen dichtspijkeren
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional bijzin mood
zou dichtspijkeren
zou dichtspijkeren
zou dichtspijkeren
zouden dichtspijkeren
zouden dichtspijkeren
zouden dichtspijkeren
Subjunctive bijzin mood
dichtspijkere
dichtspijkere
dichtspijkere
dichtspijkere
dichtspijkere
dichtspijkere
Du
Ihr
Imperative mood
spijker dicht
spijkert dicht

Examples of dichtspijkeren

Example in DutchTranslation in English
Dat vat zat van boven en beneden dichtgespijkerd, met stalen banden eromheen, en hij lag midden in de woestijn.Why, that barrel had wooden slats... nailed down on the top and the bottom... and there were steel bands all around it... and they left it in the middle of the desert.

More Dutch verbs

Related

Not found
We have none.

Similar

Not found
We have none.

Similar but longer

Not found
We have none.

Random

curetteren
do
denationaliseren
do
deugen
do
deunen
do
dichtnaaien
sew together
dichtrijden
close drive
dichtsnoeren
close cords
dichtspringen
close jump
disconteren
discount
discuteren
discuss

Other Dutch verbs with the meaning similar to 'nail down':

None found.