Conjugation
Etymology
Blog
Courses
Get a Dutch Tutor
Conjugation
Etymology
Blog
carbureren
to carbonize
Conjugation
Details
Looking for learning resources?
Study with our courses!
Get a full course →
Conjugation
of
carbureren
Translation
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
carbureer
I carbonize
carbureert
you carbonize
carbureert
he/she/it carbonizes
carbureren
we carbonize
carbureren
you all carbonize
carbureren
they carbonize
Present perfect tense
heb gecarbureerd
I have carbonized
hebt gecarbureerd
you have carbonized
heeft gecarbureerd
he/she/it has carbonized
hebben gecarbureerd
we have carbonized
hebben gecarbureerd
you all have carbonized
hebben gecarbureerd
they have carbonized
Past tense
carbureerde
I carbonized
carbureerde
you carbonized
carbureerde
he/she/it carbonized
carbureerden
we carbonized
carbureerden
you all carbonized
carbureerden
they carbonized
Future tense
zal carbureren
I will carbonize
zult carbureren
you will carbonize
zal carbureren
he/she/it will carbonize
zullen carbureren
we will carbonize
zullen carbureren
you all will carbonize
zullen carbureren
they will carbonize
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou carbureren
I would carbonize
zou carbureren
you would carbonize
zou carbureren
he/she/it would carbonize
zouden carbureren
we would carbonize
zouden carbureren
you all would carbonize
zouden carbureren
they would carbonize
Subjunctive mood
carburere
I carbonize
carburere
you carbonize
carburere
he/she/it carbonize
carburere
we carbonize
carburere
you all carbonize
carburere
they carbonize
Past perfect tense
had gecarbureerd
I had carbonized
had gecarbureerd
you had carbonized
had gecarbureerd
he/she/it had carbonized
hadden gecarbureerd
we had carbonized
hadden gecarbureerd
you all had carbonized
hadden gecarbureerd
they had carbonized
Future perf.
zal gecarbureerd hebben
I will have carbonized
zal gecarbureerd hebben
you will have carbonized
zal gecarbureerd hebben
he/she/it will have carbonized
zullen gecarbureerd hebben
we will have carbonized
zullen gecarbureerd hebben
you all will have carbonized
zullen gecarbureerd hebben
they will have carbonized
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou gecarbureerd hebben
I would have carbonized
zou gecarbureerd hebben
you would have carbonized
zou gecarbureerd hebben
he/she/it would have carbonized
zouden gecarbureerd hebben
we would have carbonized
zouden gecarbureerd hebben
you all would have carbonized
zouden gecarbureerd hebben
they would have carbonized
Du
Ihr
Imperative mood
carbureer
carbonize
carbureert
carbonize
Further details about this page
LOCATION
Cooljugator
/
Dutch
/
carbureren
Back to Top