Get a Dutch Tutor
to brush up
Dan moeten we ons Spaans bijspijkeren.
We better brush up on our Spanish.
Dus we moeten onze verkooppraatjes bijspijkeren.
So we have to brush up on our sales patter.
Ik heb 'n nieuwe cliënt. Ik moet m'n kennis bijspijkeren.
We have a new client... and I need to brush up on these procedures.
Ik zal m'n basketbalkennis maar bijspijkeren.
I better brush up on my basketball trivia. You should do that anyway.
Ik zal me wat bijspijkeren in mijn kluisjeskraak vaardigheden in de studeerzaal.
I'll make sure to brush up on my safecracking skills in study hall.