Cooljugator Logo Get a Dutch Tutor

bijbetalen

to reorder

Looking for learning resources? Study with our courses! Get a full course →

Conjugation of bijbetalen

Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
betaal bij
I reorder
betaalt bij
you reorder
betaalt bij
he/she/it reorders
betalen bij
we reorder
betalen bij
you all reorder
betalen bij
they reorder
Present perfect tense
heb bijbetaald
I have reordered
hebt bijbetaald
you have reordered
heeft bijbetaald
he/she/it has reordered
hebben bijbetaald
we have reordered
hebben bijbetaald
you all have reordered
hebben bijbetaald
they have reordered
Past tense
betaalde bij
I reordered
betaalde bij
you reordered
betaalde bij
he/she/it reordered
betaalden bij
we reordered
betaalden bij
you all reordered
betaalden bij
they reordered
Future tense
zal bijbetalen
I will reorder
zult bijbetalen
you will reorder
zal bijbetalen
he/she/it will reorder
zullen bijbetalen
we will reorder
zullen bijbetalen
you all will reorder
zullen bijbetalen
they will reorder
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou bijbetalen
I would reorder
zou bijbetalen
you would reorder
zou bijbetalen
he/she/it would reorder
zouden bijbetalen
we would reorder
zouden bijbetalen
you all would reorder
zouden bijbetalen
they would reorder
Subjunctive mood
betale bij
I reorder
betale bij
you reorder
betale bij
he/she/it reorder
betale bij
we reorder
betale bij
you all reorder
betale bij
they reorder
Past perfect tense
had bijbetaald
I had reordered
had bijbetaald
you had reordered
had bijbetaald
he/she/it had reordered
hadden bijbetaald
we had reordered
hadden bijbetaald
you all had reordered
hadden bijbetaald
they had reordered
Future perf.
zal bijbetaald hebben
I will have reordered
zal bijbetaald hebben
you will have reordered
zal bijbetaald hebben
he/she/it will have reordered
zullen bijbetaald hebben
we will have reordered
zullen bijbetaald hebben
you all will have reordered
zullen bijbetaald hebben
they will have reordered
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou bijbetaald hebben
I would have reordered
zou bijbetaald hebben
you would have reordered
zou bijbetaald hebben
he/she/it would have reordered
zouden bijbetaald hebben
we would have reordered
zouden bijbetaald hebben
you all would have reordered
zouden bijbetaald hebben
they would have reordered
Present bijzin tense
bijbetaal
I reorder
bijbetaalt
you reorder
bijbetaalt
he/she/it reorders
bijbetalen
we reorder
bijbetalen
you all reorder
bijbetalen
they reorder
Past bijzin tense
bijbetaalde
I reordered
bijbetaalde
you reordered
bijbetaalde
he/she/it reordered
bijbetaalden
we reordered
bijbetaalden
you all reordered
bijbetaalden
they reordered
Future bijzin tense
zal bijbetalen
I will reorder
zult bijbetalen
you will reorder
zal bijbetalen
he/she/it will reorder
zullen bijbetalen
we will reorder
zullen bijbetalen
you all will reorder
zullen bijbetalen
they will reorder
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional bijzin mood
zou bijbetalen
I would reorder
zou bijbetalen
you would reorder
zou bijbetalen
he/she/it would reorder
zouden bijbetalen
we would reorder
zouden bijbetalen
you all would reorder
zouden bijbetalen
they would reorder
Subjunctive bijzin mood
bijbetale
I reorder
bijbetale
you reorder
bijbetale
he/she/it reorder
bijbetale
we reorder
bijbetale
you all reorder
bijbetale
they reorder
Du
Ihr
Imperative mood
betaal bij
reorder
betaalt bij
reorder

Further details about this page

LOCATION