Articuleren (to articulate) conjugation

Dutch
13 examples

Conjugation of eiti

Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
articuleer
I articulate
articuleert
you articulate
articuleert
he/she/it articulates
articuleren
we articulate
articuleren
you all articulate
articuleren
they articulate
Present perfect tense
heb gearticuleerd
I have articulated
hebt gearticuleerd
you have articulated
heeft gearticuleerd
he/she/it has articulated
hebben gearticuleerd
we have articulated
hebben gearticuleerd
you all have articulated
hebben gearticuleerd
they have articulated
Past tense
articuleerde
I articulated
articuleerde
you articulated
articuleerde
he/she/it articulated
articuleerden
we articulated
articuleerden
you all articulated
articuleerden
they articulated
Future tense
zal articuleren
I will articulate
zult articuleren
you will articulate
zal articuleren
he/she/it will articulate
zullen articuleren
we will articulate
zullen articuleren
you all will articulate
zullen articuleren
they will articulate
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou articuleren
I would articulate
zou articuleren
you would articulate
zou articuleren
he/she/it would articulate
zouden articuleren
we would articulate
zouden articuleren
you all would articulate
zouden articuleren
they would articulate
Subjunctive mood
articulere
I articulate
articulere
you articulate
articulere
he/she/it articulate
articulere
we articulate
articulere
you all articulate
articulere
they articulate
Past perfect tense
had gearticuleerd
I had articulated
had gearticuleerd
you had articulated
had gearticuleerd
he/she/it had articulated
hadden gearticuleerd
we had articulated
hadden gearticuleerd
you all had articulated
hadden gearticuleerd
they had articulated
Future perf.
zal gearticuleerd hebben
I will have articulated
zal gearticuleerd hebben
you will have articulated
zal gearticuleerd hebben
he/she/it will have articulated
zullen gearticuleerd hebben
we will have articulated
zullen gearticuleerd hebben
you all will have articulated
zullen gearticuleerd hebben
they will have articulated
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou gearticuleerd hebben
I would have articulated
zou gearticuleerd hebben
you would have articulated
zou gearticuleerd hebben
he/she/it would have articulated
zouden gearticuleerd hebben
we would have articulated
zouden gearticuleerd hebben
you all would have articulated
zouden gearticuleerd hebben
they would have articulated
Du
Ihr
Imperative mood
articuleer
articulate
articuleert
articulate

Examples of articuleren

Example in DutchTranslation in English
Goed gelezen, articuleren.Well read, articulate.
Golly, articuleren.Golly, articulate. Thank you
Heeft een mooi figuur, kan goed articuleren.Got such a dashing figure. Very articulate.
Je kunt niet articuleren wat je denkt wat daar buiten gaande is, Mattie, omdat het niet echt is.You can't articulate what you think is going on out there, Mattie, because it isn't real.
Je moet beter articuleren.- You need to be more articulate.
Kijk haar aan en articuleer.Look at her and articulate.
Wat articuleer ik toch geweldig!That was so articulate!
Hij articuleert zo goed.Oh, he is so articulate.
U articuleert logische antwoorden onder druk, Mem Leonowens.You articulate logical answer under pressure, Mem Leonowens.
Winnie, weet je hoe gelukkig je jezelf mag prijzen? Om met een vrouw getrouwd te zijn die niet alleen politiek scherpzinnig is... maar ook nog eens briljant articuleert?Winnie, do you know how lucky you are to have wed a woman not only politically astute, but brilliantly articulate as well?
Ze houdt ervan als iemand articuleert.Well, you know, she did always like them articulate.
Dat was een gepassioneerd en verbazingwekkend goed gearticuleerd argument.That was a passionate and surprisingly well-articulated argument.
Ik vond haar proza gegrond, gearticuleerd en interessant, Mr Durant.I thought her prose, uh, well founded, articulated and... And compelling, frankly, Mr. Durant.

More Dutch verbs

Related

Not found
We have none.

Similar

Not found
We have none.

Similar but longer

Not found
We have none.

Other Dutch verbs with the meaning similar to 'articulate':

None found.
Learning languages?