Achteromkijken (to look back) conjugation

Dutch
11 examples

Conjugation of eiti

Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
kijk achterom
I look back
kijkt achterom
you look back
kijkt achterom
he/she/it looks back
kijken achterom
we look back
kijken achterom
you all look back
kijken achterom
they look back
Present perfect tense
heb achteromgekeken
I have looked back
hebt achteromgekeken
you have looked back
heeft achteromgekeken
he/she/it has looked back
hebben achteromgekeken
we have looked back
hebben achteromgekeken
you all have looked back
hebben achteromgekeken
they have looked back
Past tense
keek achterom
I looked back
keek achterom
you looked back
keek achterom
he/she/it looked back
keken achterom
we looked back
keken achterom
you all looked back
keken achterom
they looked back
Future tense
zal achteromkijken
I will look back
zult achteromkijken
you will look back
zal achteromkijken
he/she/it will look back
zullen achteromkijken
we will look back
zullen achteromkijken
you all will look back
zullen achteromkijken
they will look back
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou achteromkijken
I would look back
zou achteromkijken
you would look back
zou achteromkijken
he/she/it would look back
zouden achteromkijken
we would look back
zouden achteromkijken
you all would look back
zouden achteromkijken
they would look back
Subjunctive mood
kijke achterom
I look back
kijke achterom
you look back
kijke achterom
he/she/it look back
kijke achterom
we look back
kijke achterom
you all look back
kijke achterom
they look back
Past perfect tense
had achteromgekeken
I had looked back
had achteromgekeken
you had looked back
had achteromgekeken
he/she/it had looked back
hadden achteromgekeken
we had looked back
hadden achteromgekeken
you all had looked back
hadden achteromgekeken
they had looked back
Future perf.
zal achteromgekeken hebben
I will have looked back
zal achteromgekeken hebben
you will have looked back
zal achteromgekeken hebben
he/she/it will have looked back
zullen achteromgekeken hebben
we will have looked back
zullen achteromgekeken hebben
you all will have looked back
zullen achteromgekeken hebben
they will have looked back
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou achteromgekeken hebben
I would have looked back
zou achteromgekeken hebben
you would have looked back
zou achteromgekeken hebben
he/she/it would have looked back
zouden achteromgekeken hebben
we would have looked back
zouden achteromgekeken hebben
you all would have looked back
zouden achteromgekeken hebben
they would have looked back
Present bijzin tense
achteromkijk
I look back
achteromkijkt
you look back
achteromkijkt
he/she/it looks back
achteromkijken
we look back
achteromkijken
you all look back
achteromkijken
they look back
Past bijzin tense
achteromkeek
I looked back
achteromkeek
you looked back
achteromkeek
he/she/it looked back
achteromkeken
we looked back
achteromkeken
you all looked back
achteromkeken
they looked back
Future bijzin tense
zal achteromkijken
I will look back
zult achteromkijken
you will look back
zal achteromkijken
he/she/it will look back
zullen achteromkijken
we will look back
zullen achteromkijken
you all will look back
zullen achteromkijken
they will look back
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional bijzin mood
zou achteromkijken
I would look back
zou achteromkijken
you would look back
zou achteromkijken
he/she/it would look back
zouden achteromkijken
we would look back
zouden achteromkijken
you all would look back
zouden achteromkijken
they would look back
Subjunctive bijzin mood
achteromkijke
I look back
achteromkijke
you look back
achteromkijke
he/she/it look back
achteromkijke
we look back
achteromkijke
you all look back
achteromkijke
they look back
Du
Ihr
Imperative mood
kijk achterom
look back
kijkt acht
look back

Examples of achteromkijken

Example in DutchTranslation in English
Dat we maken dat we van het eiland vertrekken. Dat we nooit meer achteromkijken.We just get the hell off this island, and we never look back.
Niet achteromkijken.Don't look back. Come on.
Het ene moment kijkt hij me nog aan en het volgende, ik kijk achterom, zit hij daar zonder hoofd.You know, one minute, he's staring at me. The next, I look back, and the headless horseman is driving his cart.
Wanneer je klaar bent en je kijkt achteromWhen you accomplish it and you look back at that room,
Zij kijken achterom. Ik kijk vooruit.My opponents look back as I look forward.
Toen zijn we gevlucht. Ik heb nooit achteromgekeken. Ik had gezworen je moeder nooit meer uit het oog te verliezen.After that, we ran... and I never looked back, because I vowed I'd never take my eyes off your mother again.
Ik keek achterom en hij was er niet meer.I looked back and then he was gone.
Ik keek achterom en zag een dakloze man.'I looked back and saw this homeless guy.
Ik keek achterom.I looked back.
Maar ik... keek achterom en de...But I... I looked back and he...
Toen die vijf minuten voorbij waren, startte ik de truck, ik keek achterom naar het huis... en ik zag haar hand... het keukengordijn opzijschuiven.When the five minutes was up, I cranked the truck. I looked back at the house, and I saw her hand pull aside the kitchen curtain.

More Dutch verbs

Related

Not found
We have none.

Similar

Not found
We have none.

Similar but longer

Not found
We have none.

Other Dutch verbs with the meaning similar to 'look back':

None found.
Learning languages?

Receive top verbs, tips and our newsletter free!

Languages Interested In