Accentueren (to accentuate) conjugation

Dutch
11 examples

Conjugation of eiti

Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
accentueer
I accentuate
accentueert
you accentuate
accentueert
he/she/it accentuates
accentueren
we accentuate
accentueren
you all accentuate
accentueren
they accentuate
Present perfect tense
heb geaccentueerd
I have accentuated
hebt geaccentueerd
you have accentuated
heeft geaccentueerd
he/she/it has accentuated
hebben geaccentueerd
we have accentuated
hebben geaccentueerd
you all have accentuated
hebben geaccentueerd
they have accentuated
Past tense
accentueerde
I accentuated
accentueerde
you accentuated
accentueerde
he/she/it accentuated
accentueerden
we accentuated
accentueerden
you all accentuated
accentueerden
they accentuated
Future tense
zal accentueren
I will accentuate
zult accentueren
you will accentuate
zal accentueren
he/she/it will accentuate
zullen accentueren
we will accentuate
zullen accentueren
you all will accentuate
zullen accentueren
they will accentuate
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou accentueren
I would accentuate
zou accentueren
you would accentuate
zou accentueren
he/she/it would accentuate
zouden accentueren
we would accentuate
zouden accentueren
you all would accentuate
zouden accentueren
they would accentuate
Subjunctive mood
accentuere
I accentuate
accentuere
you accentuate
accentuere
he/she/it accentuate
accentuere
we accentuate
accentuere
you all accentuate
accentuere
they accentuate
Past perfect tense
had geaccentueerd
I had accentuated
had geaccentueerd
you had accentuated
had geaccentueerd
he/she/it had accentuated
hadden geaccentueerd
we had accentuated
hadden geaccentueerd
you all had accentuated
hadden geaccentueerd
they had accentuated
Future perf.
zal geaccentueerd hebben
I will have accentuated
zal geaccentueerd hebben
you will have accentuated
zal geaccentueerd hebben
he/she/it will have accentuated
zullen geaccentueerd hebben
we will have accentuated
zullen geaccentueerd hebben
you all will have accentuated
zullen geaccentueerd hebben
they will have accentuated
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou geaccentueerd hebben
I would have accentuated
zou geaccentueerd hebben
you would have accentuated
zou geaccentueerd hebben
he/she/it would have accentuated
zouden geaccentueerd hebben
we would have accentuated
zouden geaccentueerd hebben
you all would have accentuated
zouden geaccentueerd hebben
they would have accentuated
Du
Ihr
Imperative mood
accentueer
accentuate
accentueert
accentuate

Examples of accentueren

Example in DutchTranslation in English
Een das hoort naar onderen te wijzen om de genitaliën te accentueren.A cravat is supposed to point down, to accentuate the genitals.
En via bepaalde bouwwerken of een naald op een bepaalde plaats op Aarde, deze energiën kunnen accentueren.Earth, too. And by putting certain structures, or a needle in a certain place in the Earth, we can accentuate these energies.
Je hebt prachtige jukbeenderen, die moeten we accentueren.You've got fabulous cheekbones, so we really want to accentuate those.
Je moet accentueren...You have to accentuate...
Je ziet als er een trilling is, Dit potlood, dat bevestigd is aan een slinger, zal die trilling accentueren, helpt ons zijn intensiteit te onderscheiden.You see, when there is a vibration, this pencil, which is attached to a pendulum, will accentuate that vibration, helping us to discern its intensity.
Ik accentueer sommige delen meer dan andere.l make sure l accentuate some areas more than others.
De verlichting op deze plek accentueert de contouren.The ambient light in this location accentuates its contours.
En hoe het je prachtige benen accentueert.And how it accentuates your already beautiful legs.
Je accentueert de natuurlijke schoonheid en de topografie. Je maakt een ruimte voor alle mensen, van rijk tot arm. Waar iedereen samenkomt om ervan te genieten.You showcase the natural beauty, you accentuate the topography you create a space for everybody rich, poor, in-between, where they can come together.
Je weet wel, een meisje wil comfort en een deel wat haar activa accentueert.You know, a girl wants comfort and a cut that accentuates her assets.
Maar als je ex een nieuwe vriend heeft, dan accentueert je hersenen zijn gebreken.But when your ex is dating someone new, your mind tends to accentuate their flaws.

More Dutch verbs

Related

Not found
We have none.

Similar

Not found
We have none.

Similar but longer

Not found
We have none.

Other Dutch verbs with the meaning similar to 'accentuate':

None found.
Learning languages?