Aanstichten (to instigate) conjugation

Dutch

Conjugation of eiti

Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
sticht aan
I instigate
sticht aan
you instigate
sticht aan
he/she/it instigates
stichten aan
we instigate
stichten aan
you all instigate
stichten aan
they instigate
Present perfect tense
heb aangesticht
I have instigated
hebt aangesticht
you have instigated
heeft aangesticht
he/she/it has instigated
hebben aangesticht
we have instigated
hebben aangesticht
you all have instigated
hebben aangesticht
they have instigated
Past tense
stichtte aan
I instigated
stichtte aan
you instigated
stichtte aan
he/she/it instigated
stichtten aan
we instigated
stichtten aan
you all instigated
stichtten aan
they instigated
Future tense
zal aanstichten
I will instigate
zult aanstichten
you will instigate
zal aanstichten
he/she/it will instigate
zullen aanstichten
we will instigate
zullen aanstichten
you all will instigate
zullen aanstichten
they will instigate
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou aanstichten
I would instigate
zou aanstichten
you would instigate
zou aanstichten
he/she/it would instigate
zouden aanstichten
we would instigate
zouden aanstichten
you all would instigate
zouden aanstichten
they would instigate
Subjunctive mood
stichte aan
I instigate
stichte aan
you instigate
stichte aan
he/she/it instigate
stichte aan
we instigate
stichte aan
you all instigate
stichte aan
they instigate
Past perfect tense
had aangesticht
I had instigated
had aangesticht
you had instigated
had aangesticht
he/she/it had instigated
hadden aangesticht
we had instigated
hadden aangesticht
you all had instigated
hadden aangesticht
they had instigated
Future perf.
zal aangesticht hebben
I will have instigated
zal aangesticht hebben
you will have instigated
zal aangesticht hebben
he/she/it will have instigated
zullen aangesticht hebben
we will have instigated
zullen aangesticht hebben
you all will have instigated
zullen aangesticht hebben
they will have instigated
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou aangesticht hebben
I would have instigated
zou aangesticht hebben
you would have instigated
zou aangesticht hebben
he/she/it would have instigated
zouden aangesticht hebben
we would have instigated
zouden aangesticht hebben
you all would have instigated
zouden aangesticht hebben
they would have instigated
Present bijzin tense
aansticht
I instigate
aansticht
you instigate
aansticht
he/she/it instigates
aanstichten
we instigate
aanstichten
you all instigate
aanstichten
they instigate
Past bijzin tense
aanstichtte
I instigated
aanstichtte
you instigated
aanstichtte
he/she/it instigated
aanstichtten
we instigated
aanstichtten
you all instigated
aanstichtten
they instigated
Future bijzin tense
zal aanstichten
I will instigate
zult aanstichten
you will instigate
zal aanstichten
he/she/it will instigate
zullen aanstichten
we will instigate
zullen aanstichten
you all will instigate
zullen aanstichten
they will instigate
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional bijzin mood
zou aanstichten
I would instigate
zou aanstichten
you would instigate
zou aanstichten
he/she/it would instigate
zouden aanstichten
we would instigate
zouden aanstichten
you all would instigate
zouden aanstichten
they would instigate
Subjunctive bijzin mood
aanstichte
I instigate
aanstichte
you instigate
aanstichte
he/she/it instigate
aanstichte
we instigate
aanstichte
you all instigate
aanstichte
they instigate
Du
Ihr
Imperative mood
sticht aan
instigate
sticht aan
instigate

More Dutch verbs

Related

Not found
We have none.

Similar

Not found
We have none.

Similar but longer

Not found
We have none.

Other Dutch verbs with the meaning similar to 'instigate':

None found.
Learning languages?