Conjugation
Etymology
Blog
Courses
Get a Dutch Tutor
Conjugation
Etymology
Blog
aanmatigen
to presume
Conjugation
Examples (1)
Details
Looking for learning resources?
Study with our courses!
Get a full course →
Conjugation
of
aanmatigen
Translation
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
matig aan
I presume
matigt aan
you presume
matigt aan
he/she/it presumes
matigen aan
we presume
matigen aan
you all presume
matigen aan
they presume
Present perfect tense
heb aangematigd
I have presumed
hebt aangematigd
you have presumed
heeft aangematigd
he/she/it has presumed
hebben aangematigd
we have presumed
hebben aangematigd
you all have presumed
hebben aangematigd
they have presumed
Past tense
matigde aan
I presumed
matigde aan
you presumed
matigde aan
he/she/it presumed
matigden aan
we presumed
matigden aan
you all presumed
matigden aan
they presumed
Future tense
zal aanmatigen
I will presume
zult aanmatigen
you will presume
zal aanmatigen
he/she/it will presume
zullen aanmatigen
we will presume
zullen aanmatigen
you all will presume
zullen aanmatigen
they will presume
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou aanmatigen
I would presume
zou aanmatigen
you would presume
zou aanmatigen
he/she/it would presume
zouden aanmatigen
we would presume
zouden aanmatigen
you all would presume
zouden aanmatigen
they would presume
Subjunctive mood
matige aan
I presume
matige aan
you presume
matige aan
he/she/it presume
matige aan
we presume
matige aan
you all presume
matige aan
they presume
Past perfect tense
had aangematigd
I had presumed
had aangematigd
you had presumed
had aangematigd
he/she/it had presumed
hadden aangematigd
we had presumed
hadden aangematigd
you all had presumed
hadden aangematigd
they had presumed
Future perf.
zal aangematigd hebben
I will have presumed
zal aangematigd hebben
you will have presumed
zal aangematigd hebben
he/she/it will have presumed
zullen aangematigd hebben
we will have presumed
zullen aangematigd hebben
you all will have presumed
zullen aangematigd hebben
they will have presumed
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou aangematigd hebben
I would have presumed
zou aangematigd hebben
you would have presumed
zou aangematigd hebben
he/she/it would have presumed
zouden aangematigd hebben
we would have presumed
zouden aangematigd hebben
you all would have presumed
zouden aangematigd hebben
they would have presumed
Present bijzin tense
aanmatig
I presume
aanmatigt
you presume
aanmatigt
he/she/it presumes
aanmatigen
we presume
aanmatigen
you all presume
aanmatigen
they presume
Past bijzin tense
aanmatigde
I presumed
aanmatigde
you presumed
aanmatigde
he/she/it presumed
aanmatigden
we presumed
aanmatigden
you all presumed
aanmatigden
they presumed
Future bijzin tense
zal aanmatigen
I will presume
zult aanmatigen
you will presume
zal aanmatigen
he/she/it will presume
zullen aanmatigen
we will presume
zullen aanmatigen
you all will presume
zullen aanmatigen
they will presume
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional bijzin mood
zou aanmatigen
I would presume
zou aanmatigen
you would presume
zou aanmatigen
he/she/it would presume
zouden aanmatigen
we would presume
zouden aanmatigen
you all would presume
zouden aanmatigen
they would presume
Subjunctive bijzin mood
aanmatige
I presume
aanmatige
you presume
aanmatige
he/she/it presume
aanmatige
we presume
aanmatige
you all presume
aanmatige
they presume
Du
Ihr
Imperative mood
matigaan
presume
matigt aan
presume
Examples of
aanmatigen
Ik wil me niets aanmatigen.
I-I don't want to presume.
Further details about this page
LOCATION
Cooljugator
/
Dutch
/
aanmatigen
Back to Top