Aankruisen (to mark) conjugation

Dutch
8 examples

Conjugation of eiti

Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Present tense
kruis aan
I mark
kruist aan
you mark
kruist aan
he/she/it marks
kruisen aan
we mark
kruisen aan
you all mark
kruisen aan
they mark
Present perfect tense
heb aangekruist
I have marked
hebt aangekruist
you have marked
heeft aangekruist
he/she/it has marked
hebben aangekruist
we have marked
hebben aangekruist
you all have marked
hebben aangekruist
they have marked
Past tense
kruiste aan
I marked
kruiste aan
you marked
kruiste aan
he/she/it marked
kruisten aan
we marked
kruisten aan
you all marked
kruisten aan
they marked
Future tense
zal aankruisen
I will mark
zult aankruisen
you will mark
zal aankruisen
he/she/it will mark
zullen aankruisen
we will mark
zullen aankruisen
you all will mark
zullen aankruisen
they will mark
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional mood
zou aankruisen
I would mark
zou aankruisen
you would mark
zou aankruisen
he/she/it would mark
zouden aankruisen
we would mark
zouden aankruisen
you all would mark
zouden aankruisen
they would mark
Subjunctive mood
kruise aan
I mark
kruise aan
you mark
kruise aan
he/she/it mark
kruise aan
we mark
kruise aan
you all mark
kruise aan
they mark
Past perfect tense
had aangekruist
I had marked
had aangekruist
you had marked
had aangekruist
he/she/it had marked
hadden aangekruist
we had marked
hadden aangekruist
you all had marked
hadden aangekruist
they had marked
Future perf.
zal aangekruist hebben
I will have marked
zal aangekruist hebben
you will have marked
zal aangekruist hebben
he/she/it will have marked
zullen aangekruist hebben
we will have marked
zullen aangekruist hebben
you all will have marked
zullen aangekruist hebben
they will have marked
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional perfect tense
zou aangekruist hebben
I would have marked
zou aangekruist hebben
you would have marked
zou aangekruist hebben
he/she/it would have marked
zouden aangekruist hebben
we would have marked
zouden aangekruist hebben
you all would have marked
zouden aangekruist hebben
they would have marked
Present bijzin tense
aankruis
I mark
aankruist
you mark
aankruist
he/she/it marks
aankruisen
we mark
aankruisen
you all mark
aankruisen
they mark
Past bijzin tense
aankruiste
I marked
aankruiste
you marked
aankruiste
he/she/it marked
aankruisten
we marked
aankruisten
you all marked
aankruisten
they marked
Future bijzin tense
zal aankruisen
I will mark
zult aankruisen
you will mark
zal aankruisen
he/she/it will mark
zullen aankruisen
we will mark
zullen aankruisen
you all will mark
zullen aankruisen
they will mark
Ik
Jij/Je/U
Hij/Zij/Het
Wij/We
Jullie
Zij
Conditional bijzin mood
zou aankruisen
I would mark
zou aankruisen
you would mark
zou aankruisen
he/she/it would mark
zouden aankruisen
we would mark
zouden aankruisen
you all would mark
zouden aankruisen
they would mark
Subjunctive bijzin mood
aankruise
I mark
aankruise
you mark
aankruise
he/she/it mark
aankruise
we mark
aankruise
you all mark
aankruise
they mark
Du
Ihr
Imperative mood
kruis aan
mark
kruist aan
mark

Examples of aankruisen

Example in DutchTranslation in English
Als u bewijsmaterialen M tot T wilt aankruisen.If you'll take and mark these exhibits M through T.
De overvallen zijn aangekruist... met nog een stuk of zes.They got the restaurants they hit marked in this book with about half a dozen others.
De priester heeft psalm 137 aangekruist.The priest marked psalm 1 37.
Er is nog meer aangekruist. Pauze.- Keating's marked a bunch of other pages.
Er waren vier vakjes en ze had het vakje 'moord' aangekruist.Of the four cells that had, It marked the murder.
Het is wel aangekruist.Are you sure? It was marked on the form.
Zorg ervoor dat je de antwoorden goed aankruist... op het antwoordenblad.Please be sure to mark your answers clearly on the answer sheet.
Ik weet zeker dat ik "nee" aankruiste en het in de brievenbus heb gestopt.I'm pretty sure I marked "No," sealed the envelope, and put into the mailbox.

More Dutch verbs

Related

Not found
We have none.

Similar

aanbruisen
do
aandruisen
press rustling

Similar but longer

Not found
We have none.

Random

aanbulderen
do
aaneenspijkeren
do
aanhaken
do
aanhangen
do
aanhopen
do
aanklooien
fool around
aankruien
bring along in wheelbarrow
aankweken
cultivate
aanleveren
deliver
aannagelen
do

Other Dutch verbs with the meaning similar to 'mark':

None found.
Learning languages?